Castratie van de reu

castratie reu
castratie reu

Deze, in verhouding met de sterilisatie van de teef veel kleinere ingreep, wordt zelden uitgevoerd om geboortebeperking te realiseren. Vooral gedragsproblemen (overmatig en ongewenst sexueel gedrag, weglopen, agressie, onhandelbaarheid) of medische problemen (prostaatklachten, testikeltumoren) zijn de redenen om de reu te castreren. Hierbij treden duidelijk wel veranderingen in het gedrag van de hond op na de ingreep, en dat is vaak ook de bedoeling. De reu kan erna de neiging vertonen om dikker te worden. Als dit in de gaten wordt gehouden, hoeft het echt niet op te treden. Bij sommige rassen (Cocker Spaniel, Drentse Patrijs, Heidewachtel) ontstaan wel eens vachtveranderingen na castratie. In het algemeen kan worden gesteld dat castratie alleen plaatsvindt als er een medische of sociale reden voor is.

Tijdelijke castratie door middel van een implantaat

Het is ook mogelijk om een tijdelijke castratie uit te voeren met een implantaat (suprelorin®), wat een half jaar werkt. Dit is géén hormonale behandeling. Het middel remt de stimulatie van de testikels en simuleert zo een castratie, zonder blijvende gevolgen. Zelfs voor fok reuen is dit geschikt, want de honden zijn na dat halve jaar ook weer normaal vruchtbaar. Met dit middel kunt u rustig bekijken of castratie wat voor uw hond is. Of u kunt in het halve jaar dat het middel werkt de problemen, waardoor castratie overwogen wordt, oplossen. Kortom, een gezonde manier zonder de definitieve ingreep!